ACTUEEL
11 april 2012
Column Egbert
Jaap Mooiweer
Uit: Ledenblad Landschappelijk voorjaar 2012
Pars pro toto of totum pro parte?
Een gedeelte noemen en het geheel bedoelen of andersom. Ik heb het
over de vergroening van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Wordt
het een groen sausje of een transitie? Ik moest laatst denken aan
een tv-uitzending met Van Kooten en de Bie. Daarin staan ze aan
de Nederlandse kust, ergens op het strand. Het is vloed. Ze trekken
een lijn in het zand, wijzen naar de zee en zeggen: ‘Tot hier
en niet verder’. Deze lijn symboliseert voor mij de worsteling
om landbouw en biodiversiteit op bedrijfsniveau weer met elkaar
te verbinden. En vermaningen van bekende en onbekende mensen en
instituten die tegen een muur aan lijken te lopen, wanneer het om
grote financiële belangen gaat.
Een drieluik van media berichten over 'biodiversiteit en landbouw'
uit Brazilië, Ecuador en Europa. In Nederland en sinds kort
ook in Duitsland liggen megastallen nogal gevoelig. ‘Mega’
staat voor een schaalgrootte van 500 en meer ‘Nederlandse
grootvee-eenheden’. Eén zo’n grootvee-eenheid
staat gelijk aan 11.500 vleesvarkens, 1900 zeugen, 350 melkkoeien
met jongvee of 190.000 legkippen.
Schiphol schijnt in Nederland het grootste landbouwbedrijf te zijn.
In de wereld is het een 306.000 ha groot akkerbouwbedrijf van de
Braziliaanse investeringsmaatschappij SLC Agrícola. Ofwel
6 boerderijen voor Nederlands grondgebied. De laatste transactie
was een koopje, 29.000 ha voor 36,7 miljoen euro. Nu moet ik wel
zeggen dat de helft braak moet blijven liggen of natuurbescherming
geniet.
Een bericht over een groep studenten van de universiteit van Yale.
Zij ontdekken tijdens een excursie in het regenwoud van Ecuador
een schimmel die polyurethaan eet, een plasticsoort die sinds de
jaren ’40 in grote hoeveelheden verwerkt wordt in onder meer
kunstleer, verf en PUR. U zult denken: wat heeft dat nu met elkaar
te maken? Nu, dat we simpelweg niet weten wat later nodig en nuttig
is; met andere woorden: dat alle biodiversiteit nu of in de toekomst
vroeg of laat van onschatbare waarde kan zijn.
In Europa hebben we geen regenwouden. Onze biodiversiteit is opgeslagen
in oude boskernen, zaadbanken en streekeigen landschapselementen.
Op Europese schaal denken wij dan aan hagen, houtwallen, bloemrijke
slootkanten, knotbomenrijen, elzensingels, muurtjes, beplantte terrasranden,
hoogstamboomgaarden et cetera. Een netwerk hiervan staat borg voor
biodiversiteit en helpt bij het veiligstellen van leef-, doortrek-,
rui- en rustgebieden voor de kleinere fauna. Ook geeft het een krachtige
impuls aan cultuurhistorie, milieu- en waterkwaliteit en klimaatadaptatie
op het boerenland.
Nu is daar de Europese landbouwcommissaris Ciolos. Eind november
2011 heeft hij de contouren geschetst van het nieuwe Gemeenschappelijk
LandbouwBeleid (GLB) vanaf 2014. Zijn streven is de sector - meer
dan voorheen - te richten op vergroening, behoud van ecosystemen
en de problematiek van klimaatverandering. Een aantal instrumenten
moet die ontwikkeling bevorderen.
Een van deze instrumenten is het streven van Ciolos om 7% van het
landbouwareaal de positie van ‘ecologisch focusgebied’
te geven. En landschapselementen mogen hier onderdeel van uitmaken.
Dit komt miraculeus dicht in de buurt bij ons eigen Deltaplan-landschap...
Ciolos heeft er inmiddels kennis mee kunnen maken en de komende
maanden gaan we deze boodschap actief uitdragen in Europa.
Egbert Jaap Mooiweer, adjunct-directeur
Redactie: Door de ingrijpende bezuinigingen van
het huidige kabinet op natuurbeleid, en de hierover in de media
steeds meer oplaaiende discussie en over het natuurbeleid in het
algemeen, is directeur Jaap Dirkmaat tijdelijk hiervoor vrijgemaakt,
om zich in dit debat te kunnen mengen en woordvoerder te zijn. Onze
adjunct-directeur Egbert Jaap Mooiweer zal enkele taken van hem
overnemen, zoals onder andere de column in de landschappelijk.
|